Recensie
Nynke van Hichtum/ Leven en wereld van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer:
Een vrouw die zich niet laat kennen.
Babel mei 2006
Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer (1860-1939) genoot haar leven lang bekendheid. Als domineesdochter was ze bijna een publiek figuur in het dorp waar ze opgroeide. Later werd ze bekend als de vrouw van de voorman van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij: Pieter Jelles Troelstra. Daarnaast had ze onder het pseudoniem Nynke van Hichtum een eigen carrière als kinderboekenschrijfster en –recensente. Eind vorig jaar gaf Uitgeverij Contact over deze bijzondere vrouw een biografie uit, die geschreven werd door journaliste Aukje Holtrop. Hoewel ze volgens de voorflap nauw verbonden was bij de film Nynke, is de gepassioneerde Nynke uit de film in het boek niet terug te vinden.
Holtrop, die Nederlands studeerde hier aan de Universiteit van Amsterdam, geeft in haar voorwoord zelf al aan dat de Nynke van Hichtum uit haar boek heel anders is dan die uit Nynke . Beide beelden zijn dan ook met een ander doel in het leven geroepen. Met haar boek over Sjoukje Troelstra is Holtrop gepromoveerd. Het is een lijvig werk van ruim zeshonderd bladzijden, dat niets onbesproken laat. De biografie begint met een introductie die een tikkeltje saai en uitleggerig is. Hoewel het interessant is om te lezen waarom de auteur het boek heeft geschreven, hoe ze te werk is gegaan en welke problemen ze tegen is gekomen, doen haar ‘praktische opmerkingen voor de lezer’ wel erg bemoederend aan.
De rest van het boek is een prachtig historisch werk. Holtrop zet het tijdsbeeld mooi neer en ze schrijft erg helder. De lezer wordt echt meegenomen in het leven van de Friese gemeente Nes, waar Sjoukje Troelstra opgroeide. Je ruikt de zeelucht over de velden, wordt aan de hand van Sjoukjes vader meegenomen door de tuin en op straat nageroepen vanwege de opvallend witte kleding die Sjoukje van haar moeder moest dragen. Veel uitspraken zijn ook in het Fries weergegeven. Holtrop besteedt niet alleen veel tijd aan de beschrijvingen, maar ook aan de uitleg daarbij. Zo vertelt ze de lezer wat er in die tijd gegeten werd, wat kinderen voor spelletjes deden, hoe de klederdracht was, over geestelijke gezondheidszorg, spiritisme, kerkgeschiedenis, schoolsystemen, politiek en legt uit welke kranten en tijdschriften er waren. Dit maakt het tijdsbeeld compleet.
Holtrop heeft een prettige schrijfstijl en ze neemt je makkelijk mee in wat ze wil vertellen, maar af en toe verliest ze Sjoukje daarbij uit het oog. Daardoor wordt het boek soms meer een historisch werk, dan een biografie.
Bovendien wordt de aandacht al snel afgeleid door Pieter Jelles Troelstra. Deze man, die tijdens zijn leven altijd al de aandacht op zichzelf wist te vestigen, speelt dat zelfs in Holtrops boek nog klaar. Holtrop verklaart de grote rol van deze man in haar boek met de term ‘parallelle levens’. De beide levens zijn zo verstrengeld dat het onmogelijk is om een biografie over de een te schrijven, zonder de ander daarin een grote rol te geven. Troelstra is in ieder geval goed bedeelt, ongetwijfeld doordat er meer informatie over hem beschikbaar is dan over Sjoukje. Dit zorgt soms echter voor verwarring: zo komt de lezer bijvoorbeeld wel te weten wat de impact was van de dood van Sjoukjes moeder op Pieter Troelstra, maar Sjoukje zelf heeft er niets over geschreven. Daarom kom je er niet achter wat dit verlies voor haarzelf betekende. Dit is een gemis in de biografie, dat vaker terugkomt. Bijna nergens kan je invoelen hoe Sjoukje Troelstra de gebeurtenissen in haar leven heeft beleefd. Hoe was het voor haar om kinderen te krijgen, om getrouwd te zijn met Troelstra, boeken te publiceren en opgenomen te worden in het krankzinnigengesticht? Holtrop heeft bewust gekozen voor een wetenschappelijke aanpak van haar onderwerp: “Alle mededelingen die ik over haar doe, kan ik verantwoorden en zijn gebaseerd op verifieerbare bronnen. Ik heb losse einden niet aan elkaar geknoopt”. Waar niets over bekend was, heeft Holtrop niets over geschreven. Helaas verliest de biografie hierdoor zijn meeslepende en intieme karakter, want als lezer blijf je het je toch afvragen. Het duidelijkst heeft Sjoukje misschien wel uitspraak gedaan over haar gevoel na haar scheiding van Pieter Troelstra. Dan is er ook voor het eerst iets van een levensfilosofie te horen: “Gelukkig zijn is niet het hoofddoel van ’t leven, nietwaar? Het is maar de vraag, hoe men het leven aanvat, en of men tegen de slagen van het Noodlot bestand is”, schreef ze in een brief.
Na de scheiding lijkt de schrijfstijl van de biografie afstandelijker te worden. Af en toe verzandt Holtrop bijna in het opsommen van boektitels. Waar de biografie wel in uitblinkt is het duidelijk naar voren brengen van de waarde en het belang van kinderliteratuur. Daarnaast wordt er veel aandacht besteedt aan de verschillende stromingen binnen de kinderliteratuur en aan theorieën die bestonden over zulke literatuur en het recenseren daarvan.
Sjoukje Troelstra alias Nynke van Hichtum had duidelijke criteria voor wat een goed geschreven kinderboek moest bezitten: “talent, grooten eenvoud in taal en stijl en een warm moederhart”. In dat opzicht voldoet Holtrops boek in ieder geval aan Sjoukje Troelstra’s maatstaven. Voor wie geïnteresseerd is in het tijdperk rond de eeuwwisseling en de kinderboekenschrijfster daar graag in wil plaatsen, is het boek een aanrader. Maar Sjoukje Troelstra echt leren kennen -dat lukt zelfs niet met deze biografie.
3 1/2 sterren
Een vrouw die zich niet laat kennen.
Babel mei 2006
Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer (1860-1939) genoot haar leven lang bekendheid. Als domineesdochter was ze bijna een publiek figuur in het dorp waar ze opgroeide. Later werd ze bekend als de vrouw van de voorman van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij: Pieter Jelles Troelstra. Daarnaast had ze onder het pseudoniem Nynke van Hichtum een eigen carrière als kinderboekenschrijfster en –recensente. Eind vorig jaar gaf Uitgeverij Contact over deze bijzondere vrouw een biografie uit, die geschreven werd door journaliste Aukje Holtrop. Hoewel ze volgens de voorflap nauw verbonden was bij de film Nynke, is de gepassioneerde Nynke uit de film in het boek niet terug te vinden.Holtrop, die Nederlands studeerde hier aan de Universiteit van Amsterdam, geeft in haar voorwoord zelf al aan dat de Nynke van Hichtum uit haar boek heel anders is dan die uit Nynke . Beide beelden zijn dan ook met een ander doel in het leven geroepen. Met haar boek over Sjoukje Troelstra is Holtrop gepromoveerd. Het is een lijvig werk van ruim zeshonderd bladzijden, dat niets onbesproken laat. De biografie begint met een introductie die een tikkeltje saai en uitleggerig is. Hoewel het interessant is om te lezen waarom de auteur het boek heeft geschreven, hoe ze te werk is gegaan en welke problemen ze tegen is gekomen, doen haar ‘praktische opmerkingen voor de lezer’ wel erg bemoederend aan.
De rest van het boek is een prachtig historisch werk. Holtrop zet het tijdsbeeld mooi neer en ze schrijft erg helder. De lezer wordt echt meegenomen in het leven van de Friese gemeente Nes, waar Sjoukje Troelstra opgroeide. Je ruikt de zeelucht over de velden, wordt aan de hand van Sjoukjes vader meegenomen door de tuin en op straat nageroepen vanwege de opvallend witte kleding die Sjoukje van haar moeder moest dragen. Veel uitspraken zijn ook in het Fries weergegeven. Holtrop besteedt niet alleen veel tijd aan de beschrijvingen, maar ook aan de uitleg daarbij. Zo vertelt ze de lezer wat er in die tijd gegeten werd, wat kinderen voor spelletjes deden, hoe de klederdracht was, over geestelijke gezondheidszorg, spiritisme, kerkgeschiedenis, schoolsystemen, politiek en legt uit welke kranten en tijdschriften er waren. Dit maakt het tijdsbeeld compleet.
Holtrop heeft een prettige schrijfstijl en ze neemt je makkelijk mee in wat ze wil vertellen, maar af en toe verliest ze Sjoukje daarbij uit het oog. Daardoor wordt het boek soms meer een historisch werk, dan een biografie.
Bovendien wordt de aandacht al snel afgeleid door Pieter Jelles Troelstra. Deze man, die tijdens zijn leven altijd al de aandacht op zichzelf wist te vestigen, speelt dat zelfs in Holtrops boek nog klaar. Holtrop verklaart de grote rol van deze man in haar boek met de term ‘parallelle levens’. De beide levens zijn zo verstrengeld dat het onmogelijk is om een biografie over de een te schrijven, zonder de ander daarin een grote rol te geven. Troelstra is in ieder geval goed bedeelt, ongetwijfeld doordat er meer informatie over hem beschikbaar is dan over Sjoukje. Dit zorgt soms echter voor verwarring: zo komt de lezer bijvoorbeeld wel te weten wat de impact was van de dood van Sjoukjes moeder op Pieter Troelstra, maar Sjoukje zelf heeft er niets over geschreven. Daarom kom je er niet achter wat dit verlies voor haarzelf betekende. Dit is een gemis in de biografie, dat vaker terugkomt. Bijna nergens kan je invoelen hoe Sjoukje Troelstra de gebeurtenissen in haar leven heeft beleefd. Hoe was het voor haar om kinderen te krijgen, om getrouwd te zijn met Troelstra, boeken te publiceren en opgenomen te worden in het krankzinnigengesticht? Holtrop heeft bewust gekozen voor een wetenschappelijke aanpak van haar onderwerp: “Alle mededelingen die ik over haar doe, kan ik verantwoorden en zijn gebaseerd op verifieerbare bronnen. Ik heb losse einden niet aan elkaar geknoopt”. Waar niets over bekend was, heeft Holtrop niets over geschreven. Helaas verliest de biografie hierdoor zijn meeslepende en intieme karakter, want als lezer blijf je het je toch afvragen. Het duidelijkst heeft Sjoukje misschien wel uitspraak gedaan over haar gevoel na haar scheiding van Pieter Troelstra. Dan is er ook voor het eerst iets van een levensfilosofie te horen: “Gelukkig zijn is niet het hoofddoel van ’t leven, nietwaar? Het is maar de vraag, hoe men het leven aanvat, en of men tegen de slagen van het Noodlot bestand is”, schreef ze in een brief.
Na de scheiding lijkt de schrijfstijl van de biografie afstandelijker te worden. Af en toe verzandt Holtrop bijna in het opsommen van boektitels. Waar de biografie wel in uitblinkt is het duidelijk naar voren brengen van de waarde en het belang van kinderliteratuur. Daarnaast wordt er veel aandacht besteedt aan de verschillende stromingen binnen de kinderliteratuur en aan theorieën die bestonden over zulke literatuur en het recenseren daarvan.
Sjoukje Troelstra alias Nynke van Hichtum had duidelijke criteria voor wat een goed geschreven kinderboek moest bezitten: “talent, grooten eenvoud in taal en stijl en een warm moederhart”. In dat opzicht voldoet Holtrops boek in ieder geval aan Sjoukje Troelstra’s maatstaven. Voor wie geïnteresseerd is in het tijdperk rond de eeuwwisseling en de kinderboekenschrijfster daar graag in wil plaatsen, is het boek een aanrader. Maar Sjoukje Troelstra echt leren kennen -dat lukt zelfs niet met deze biografie.
3 1/2 sterren
