Monday, May 19, 2008

Rietveld bouwt geen monumenten

VersPers.nl 18 mei 2008

Theatergroep Koper en het Centraal Museum Utrecht voeren deze maand het toneelstuk Rietveld: Zitten is een werkwoord op. Het stuk wordt op locatie gespeeld, in en om het Rietveld-Schröderhuis. De toeschouwers krijgen een kijkje in het leven van Nederlands beroemdste architect Gerrit Rietveld en zijn muze Truus Schröder.

Rietveld was van huis uit meubelmaker. Behalve aan het Rietveld-Schröderhuis dankt hij zijn faam aan zijn stoelen, waarvan de bekendste wel de Rood-blauwe stoel uit 1918 is. In totaal heeft hij meer dan 350 meubelstukken ontworpen. Commentaar op de stoelen was vaak dat ze niet lekker zaten. Rietvelds reactie hierop, die ook in het stuk voorkomt, was: “Zitten is een werkwoord, als je moe bent, ga je maar liggen." Afgelopen week kon een grote collectie Rietveldstoelen nog gered worden uit de nagenoeg totaal afgebrande Bouwkundefaculteit van de Technische Universiteit Delft.

Rietveld-Schröderhuis
Rietveld heeft het Rietveld-Schröderhuis in 1924 ontworpen en gebouwd in opdracht van de weduwe Truus Schröder. De bouw van het huis was het begin van een intieme relatie tussen de twee, die begon met dat beide, onafhankelijk van elkaar, uitkwamen bij hetzelfde stuk grond om het huis op te bouwen. Rietveld ontwierp het huis in nauwe samenwerking met Schröder. Al zijn tekeningen werden met haar besproken: “Ik vertelde hoe ik het wilde hebben, en hij tekende het”, zegt Truus Schröder in het stuk. Zowel Rietveld als Schröder hebben er tot hun dood gewoond.

Deze maand leidt het Rietveld-Schröderhuis een dubbelleven. Overdag staat het huis open voor bezoekers die er een rondleiding kunnen krijgen. Na sluitingstijd wordt het pand overgenomen door technici en acteurs die avond aan avond het gebouw omtoveren tot het decor van hun voorstelling. Tijdens de voorstelling kijkt het publiek toe vanaf een tribune tegenover het huis en volgt de spelers via een koptelefoon. Op de zijkant van het huis wordt een close-up van Truus Schröder geprojecteerd, terwijl ze terugkijkt op haar leven met ‘Riet’. De projecties worden afgewisseld met toneel. Het levert een bijzonder schouwspel op.

Veraf, maar toch dichtbij
Door de opzet met een tribune zit er duidelijk een afstand tussen het publiek en de spelers. Tegelijkertijd komen de spelers soms heel dichtbij, omdat je via de koptelefoon hun ademhaling hoort of een piepend deurtje in het huis. Een neveneffect van het spelen op deze locatie is dat het huis in een omgeving staat, die niet kan worden afgeschermd, maar die soms bijna deel van het decor wordt. Je hoort auto’s rijden, vogels kwetteren en ziet fietsers en voetgangers langskomen. Af en toe stopt er iemand om het tafereel van het belichte Rietveld-Schröderhuis en een tribune vol hoofden met koptelefoons op te bekijken. Vaak steekt deze toeschouwer in zijn moderne kleren schril af tegen de acteurs, want het stuk speelt zich af in de eerste helft van de vorige eeuw.

Regisseuse Dea Koert vindt dat dit wel goed bij het stuk past: “We hebben geprobeerd om de verschuiving in de tijd heel duidelijk neer te zetten.” Dat lukt goed en soms ook met een knipoog. Zo is een grappige hermontage van een nazi-propagandafilm (waarin de Duitse soldaten lijken te dansen) een meer dan duidelijke inleiding tot de Tweede Wereldoorlog. Wel is het jammer dat er weinig achtergrondinformatie wordt gegeven bij soms zeer specifieke dingen. Rietveld was lid van een kunstbeweging die De Stijl heette. Wat dat echter inhield, wat Dada was en wat Bauhaus ‘de vijand’ maakte, blijft onduidelijk.

Traan en een lach
Het theaterstuk is zowel ontroerend als grappig. Ontroerend is het eind van de Tweede Wereldoorlog dat met klokgelui wordt afgekondigd, of het denkbeeldige gesprek dat de oude Truus Schröder vlak voor haar dood heeft met de dan al lang overleden Rietveld. Als Rietveld voorspelt dat het nieuwe snelwegennet rondom Utrecht waarschijnlijk nauwelijks gebruikt gaat worden, stijgt er een gegniffel op uit de toeschouwers. Zij zitten met hun rug bijna tegen de zeer drukke Waterlinieweg aan, die op nog geen honderd meter van het Rietveld- Schröderhuis is aangelegd.

“Zelfs Rietveld kon het wel eens mis hebben”, zegt Truus Schröder hierover. Rietveld had het ook nog over iets anders mis: de eeuwigheid. Hij had afstand gedaan van zijn geloof, want “de eeuwigheid is niet bestemd voor mensen”, zo zei hij. Het Rietveld- Schröderhuis stond er volgens hem ook al veel te lang. “Ik bouw geen monumenten”, schreeuwt hij dan uit. Dat was begin jaren ’60 van de vorige eeuw. Het huis staat er nog steeds, misschien wel voor eeuwig en al had Rietveld het niet zo in gedachten, het is toch een monument geworden.

Andere kijk
Spelen in zo’n huis heeft natuurlijk gevolgen. Van buitenaf gezien lijkt het alsof de spelers door het huis lopen, de trap op rennen en er rondspringen. In werkelijkheid liggen er kleden op de vloer en moet er op pantoffels en met zakjes om de voeten worden gelopen om niets te beschadigen in het fragiele huis. Ondanks dat zegt Quirine Donia, die de rol van Truus speelt: “Ik vind het heerlijk om in het huis te spelen. Het is zo’n blij huis, zo ruim en licht. Het is precies zoals Truus in het stuk zegt: nadat je in het huis bent geweest heb je een andere kijk op de wereld.”

Bertus Mulder, die Rietveld nog gekend heeft en het boek Gerrit Thomas Rietveld (Leven Denken Werken) geschreven heeft, is deze avond ook aanwezig. De acteurs komen één voor één bij hem langs om te horen hoe ze gespeeld hebben. Hij is zeer te spreken over het stuk en vindt dat Rietveld en Schröder er herkenbaar in worden neergezet. “Rietveld had een bepaalde manier van lopen en die heb jij ook”, zegt hij tegen Robert Jan Heyning die Rietveld speelt. Vaak wordt de beoordeling nog aangevuld met een anekdote, die het idee geeft dat Rietveld misschien nog wel intrigerender was dan het theaterstuk al doet vermoeden.

Wat dat betreft heeft Theatergroep Koper met dit veelzijdige stuk precies de goede aanpak gekozen: Het geeft de toeschouwer een kijkje in het leven van Rietveld en Schröder, maar verklapt niet alles. En door de open ramen krijgt het publiek wel een glimp van het interieur van het huis te zien, maar hoe het er nou precies uitziet, dat blijft nog een klein beetje mysterieus. Een betere manier om fascinatie op te wekken, is er niet.

Het theaterstuk Rietveld: Zitten is een werkwoord, wordt nog tot en met 1 juni opgevoerd, elke donderdag tot en met zondag.

0 Comments:

Post a Comment

<< Home