Reportage Geen Daden Maar Woorden

“Je hoeft er geen lijn in te ontdekken hoor!”
Cursor 2 mei 2002
Foto: Bart van Overbeeke
“De paus is helemaal vergroeid, omdat hij zichzelf wil pijpen”, roept Jules Deelder terwijl hij voorover buigt om te laten zien wat hij precies bedoelt. Het publiek ligt dubbel en reageert luid op Deelder. De ene keer met ‘oh’s’ die doen verraden dat Deelder misschien wel erg ver gaat, de andere keer klinkt er een ‘respect!’. Je zou het misschien niet meteen denken, maar toch is het optreden van Deelder literatuur. Vorige week donderdag was hij één van de zestien acts op het literaire festival ‘Geen Daden Maar Woorden’ (GDMW) dat in het Gaslab op de TU/e werd gehouden.
“Ik ben hier voor het bier!”, zegt een enigszins jolige Bart Haazen, derdejaars student Bouwkunde aan het eind van de avond. De sfeer zit er tegen die tijd al goed in, maar dat was aan het begin van de avond wel anders. Het Gaslab biedt ruimte aan zo’n tweehonderd bezoekers, maar die waren er toen bij lange na niet. Terwijl er langzaamaan mensen binnendruppelen, die allemaal op een veilige afstand van drie meter voor het podium blijven staan, bijt om even voor negen dichteres Tjitske Jansen het spits af. Zij leest haar gedichten voor aan een publiek dat nog moet wennen aan het hele gebeuren. Er wordt gestaan, gezeten, rondgekeken, onderzocht. Er wordt door Jansens voordracht heen gepraat maar ook in stilte geluisterd. Het lijkt alsof de toehoorders nog bezig zijn zichzelf een houding te geven. Jansen leest intussen flink door, het ene gedicht na het andere. “Je hoeft er geen lijn in te ontdekken hoor”, zegt ze bemoedigend tegen het publiek. GDMW is ontstaan in Rotterdam. Daar werd in 1995 het literaire tijdschrift Passionate opgericht. Later werd daar het festival aan verbonden, dat in Rotterdam dit jaar zijn zesde editie gaat beleven. “Het is de bedoeling dat het een landelijk festival gaat worden”, zegt Bert Heemskerk van Passionate, “Vorig jaar was het festival in Utrecht, dit jaar in Eindhoven en volgend jaar willen we verder uitbreiden.” Het festival is in samenwerking met Studium Generale georganiseerd. SG heeft ook het Gaslab als locatie voorgedragen. Het festival was tevens de officieuze ingebruikname van het verbouwde Gaslab. Hoewel het lab lelijk aandoet, met betonnen vloeren en niet weggewerkte buizen, is die rauwe uitstraling perfect voor dit soort evenementen. Als je binnenkomt waan je jezelf bijna op een undergroundfeest.
Literaire snoepdoos
Het programma van GDMW is opgebouwd volgens de festivalmanier, met meerdere podia. Twee in dit geval. Een literaire snoepdoos waar iedereen uit kan kiezen wat hij/zij lekker vindt. Beneden staat iets wat door moet gaan voor een hoofdpodium. Hier staan bekende acts, zoals Jules Deelder, Extince en cabaretier Javier Guzman. Een verdieping hoger kan een gevarieerd programma worden gevolgd waarin poëzie, proza, theater, film en animatie aan bod komen. De uitspraak van Tjitske Jansen lijkt van toepassing te zijn op het festival zelf, want toeschouwers kunnen vrij heen en weer lopen om te gaan bekijken wat ze willen zien. Het idee is goed, de uitwerking wat minder. Het programma boven was intiemer en vooral minder luidruchtig dan het benedenprogramma. De toneelmonoloog ‘Morph’ die boven wordt uitgevoerd, gaat over slaap. Het stuk moet bij tijden heel zacht worden gespeeld, en is dan onhoorbaar door de geluiden van beneden die toch door de gesloten deur sijpelen. Dat is jammer. Floor Haakman, die voorleest uit haar boek ‘Oneetbaar brood’ moet hard haar best doen om boven de herrie van beneden uit te komen. “Heel storend”, vindt bezoekster Paulien Oltheten dat. “Vooral als iemand hier een persoonlijke tekst aan het voorlezen is.” Daarnaast was het ook de bedoeling dat de deur van het zaaltje boven dicht bleef tot na elke voorstelling. Toch werd niet voorkomen dat er veel in- en uitloop was. Hoewel GDMW een literair festival is, heeft het meer te bieden dan alleen voordrachten en lezingen die op de traditionele manier worden gebracht, want de snelheid blijft er gedurende de avond in. Zowel door de organisatie, die het programma zo in elkaar heeft gezet dat alle verschillende optredens niet langer dan maximaal vijftien minuten duren, als door de schrijvers zelf, die hun act over het algemeen kort en krachtig neerzetten. Je vervelen is er niet bij. Ook komen veel facetten van de literatuur aan bod. Zo was er Maaike Hartjes, een striptekenares die de lachers op haar hand kreeg met haar autobiografische stripje ‘Maaike’s Dagboekje’. Het stripje werd geprojecteerd op een scherm en verteld door haarzelf. Jogchem Niemandsverdriet bracht interactieve poëzie. Het lijkt inmiddels wel een trend te zijn om poëzie zo flitsend mogelijk te brengen. “Dat klopt”, zegt Heemskerk, “maar het werkt wél. Poëzie is erg populair.” Een aantal van de acts op het festival waren eigen producties, producties gestimuleerd door Studium Generale. De toneelmonoloog ‘Morph’ bijvoorbeeld, over een vrouw met de vermoeidheidsziekte ME, werd speciaal voor GDMW geschreven door Marcel Roelofsma. Hij schreef dit indrukwekkende stuk over zijn vrouw die aan deze ziekte lijdt. Het bovenzaaltje stond tijdens deze voorstelling dan ook vol met mensen die doodstil het gepraat volgden van een vrouw die bijna gek wordt van slapeloosheid. Ook ‘TIU: de omgekeerde wereld van het UIT-bord’ was een eigen productie. TIU bestaat uit de muzikanten Frans van Gastel (zesdejaars Bouwkunde) en Willem Jansen, dichter Ben van der Wel en danser Stefan Ernst. Deze duwde een aantal toeschouwers rood-wit lint in hun handen en zette zo zijn eigen dansvloer af, midden in het publiek. Op drie plekken werd zo een strakke dans uitgevoerd. Totaal anders was de animatie ‘You kissed Lilly’ van striptekenaar Floris Oudshorn. De combinatie van een animatiefilm, vage, ruziënde stemmen en overheersende rockmuziek gingen door merg en been. Verder droeg Trudy van Lokven, studente Bouwkunde aan de TU/e en winnares van de Write Now! schrijfwedstrijd van Passionate, haar winnende verhaal voor.De sfeer kwam er echter pas goed in toen later op de avond de populaire rapper Extince optrad. Hier en daar begon een enkeling mee te dansen. Daarmee werd het literair festival langzaam een literair feest. “Ik vind het heel relaxed”, zegt Stijn Kemper over het festival. “Maar ik kan niet meer vertellen, want Jules Deelder moet nu en voor hem ben ik hiernaartoe gekomen”, vervolgt hij. Zijn aandacht ligt al bij het podium waar Deelder inmiddels opgeklommen is. Deelder pakt het publiek volledig in. De avond wordt afgesloten met cabaretier Javier Guzman, die voor een laatste lachkick zorgt voor de afterparty begint.
Alternatief
Het publiek dat op de avond afkwam was vooral jong en redelijk alternatief. Zeker voor TU/e-begrippen. Hoewel de nadruk van het festival op literatuur ligt, waren de bezoekers zeker niet allemaal literatuurfreaks. Iedereen had z’n eigen redenen om te komen kijken. Zoals het bier. “Nee hoor, even serieus”, verbetert Haazen zichzelf. “Ik ben hier omdat ik dit soort lezingen interessant vind. Vooral boven vind ik het leuk. Beneden is het minder, dat is meer populair.” Hoewel de meeste bezoekers beneden stonden, vonden veel mensen dat het programma van boven meer te bieden had. Zo ook Paulien Oltheten: “Ik vind het leuk dat er gewoon verhalen worden voorgelezen. Dat gebeurt niet meer zo vaak. En ik vond de animatie erg leuk om te zien, want ik doe zelf kunstacademie”. Kurt op den Brouw, derdejaarsstudent Bouwkunde, wil ook wel een reactie geven op wat hij van het festival vindt. “Maar ik ben wel dronken”, zegt hij er als waarschuwing bij. “Meestal staan bekende schrijvers in het middelpunt van de belangstelling”, vervolgt hij, “Ik vind het leuk dat hier ook minder bekende schrijvers aan bod komen. Anders zou je niet met hun werk in aanraking komen. Dat is mooi”.

0 Comments:
Post a Comment
<< Home