Monday, February 13, 2006

Aan de bak als journalist? Opleiding Journalistiek is een must.

Babel februari 2005

Ze bestaan echt: personeelsadviseurs bij weekbladen die zeggen dat ze 'een zwak hebben voor mensen die in de schoolkrant schreven'. Jammer dus voor die mensen die hun journalistieke ambities pas na hun 16e ontdekten. Gelukkig zijn er ook voor deze mensen nog genoeg mogelijkheden om hun droombaan te bemachtigen. Een van deze mogelijkheden zijn de masters journalistiek die de UvA sinds een paar jaar heeft. Maar het is niet makkelijk om toegelaten te worden tot die opleiding en het afronden van zo'n traject geeft nog geen zekerheid om ook echt de journalistiek in te komen. Hoe moeilijk is het eigenlijk om een voet tussen de deur van de journalistiek te krijgen en wat voegt een afgeronde opleiding journalistiek daar eigenlijk aan toe?

Journalist is een vrij beroep. Iedereen met een goede pen en een goed idee kan proberen als freelancer zijn stukken aan bladen en kranten te verkopen. Dat is een goede zet om binnen te komen. Wie regelmatig een stuk geplaatst krijgt, valt op bij de redactie en maakt een goede kans zo door te kunnen stromen. Maar schrijvers die hun brood als freelancer kunnen verdienen, zijn vaak zo aan hun vrijheid gehecht dat ze vaak geen vaste baan meer ambiëren.

Wie het freelancen niet zo ligt moet een andere weg vinden. De opleidingen journalistiek zijn daar een prima manier voor. Hoewel veel universiteiten in Nederland sinds enkele jaren ook opleidingen journalistiek aan bieden waren er van oudsher alleen vier hbo-opleidingen journalistiek in Utrecht, Tilburg, Ede en Zwolle. De opleidingen kregen een numerus fixus omdat er zich altijd meer studenten aanmelden dan geplaatst kunnen worden. Dit komt onder andere doordat de meeste mensen er nog steeds een te romantisch beeld van de journalistiek op na houden. Dit geeft het blad De Journalist ook aan in hun onderzoek naar journalisten in Nederland. De meeste beginnende studenten zijn idealistisch over het vak en willen allemaal bij de landelijke media werken. Maar het invoeren van een numerus fixus is ook noodzakelijk in het kader van de krappe journalistieke arbeidsmarkt, om de instroom enigszins te reguleren.

Deze problemen hebben de masteropleidingen journalistiek op de UvA niet. Zij hebben geen numerus fixus omdat ze een toelating hebben. In de omschrijving van de master op de UvA-site staat duidelijk omschreven dat de deelnemers 'aantoonbare affiniteit' moeten hebben met het werkveld. Dat wil zeggen dat ze dus al bij kranten, bladen of omroepen moeten hebben gewerkt. Op deze manier zijn ze bekend met de realiteit van het vak. Bovendien zijn deze studenten ouder dan de net van de middelbare school afkomstige eerstejaars op het hbo, omdat ze al een universitaire studie hebben afgerond. Hiermee springt de master Journalistiek en Media handig in op de roep om verbreding en verdieping die steeds meer vanuit de journalistiek komt. De master wil studenten opleiden die in staat zijn om 'ingewikkelde kennis te bevatten en te vertalen voor een breder publiek – of het nu gaat om de ontwikkelingen in de economie, of om de culturele en historische achtergronden van de islamitische wereld', aldus de site.

Hierdoor ontstaat er concurrentie tussen de hbo-afgestudeerde journalisten en de academici die de arbeidsmarkt opkomen. De universiteiten breiden hun activiteiten om journalisten op te leiden uit, terwijl de hogescholen hun onderwijsmethoden vernieuwen en hun band met de arbeidsmarkt proberen te versterken. Veel afgestudeerde hbo-ers voelen deze concurrentie aan maken ook de stap naar de universiteit. Hoewel elke universitaire studie een verdieping is op een dergelijke opleiding, bied de UvA ook een master aan voor afgestudeerde journalisten: Journalistiek en communicatiewetenschap. Deze master biedt met name verdieping op het gebied van het gebruik en interpretatie van de diverse (nieuwe) media, en is hierdoor toch essentieel anders dan de master journalistiek en media. Deze master is erop gericht kennis en inzicht te vergroten waardoor de concurrentiepositie op de arbeidsmarkt van de afgestudeerde masters toe zal nemen.

Ondanks dit streven geeft het Elsevier beroepenonderzoek nog steeds aan dat de gemiddelde afgestudeerde hbo-er aan de opleiding journalistiek en voorlichting binnen een half jaar een baan op zijn eigen niveau heeft, terwijl dit voor de gemiddelde afgestudeerde geesteswetenschapper (er zijn geen duidelijke cijfers over hoelang dit duurt bij de mensen die een van de masters journalistiek hebben afgerond, al vinden die volgens master coördinator dr. Frank van Vree wel nagenoeg allemaal een baan in de journalistiek) twee keer zo lang duurt.
Dat het heel moeilijk is om een concreet profiel van de 'gewilde' journalist te maken geeft ook Martine Rasing, chef redactiesecretariaat van De Volkskrant toe: "Het is een combinatie van meerdere factoren. Je hebt natuurlijk de normale intelligentie van iemand, brede interesse en het talent voor schrijven. Veel mensen die bij ons werken hebben een brede achtergrond, vaak ook wetenschappelijk." Dit klinkt allemaal redelijk algemeen, om op te vallen moet je jezelf profileren: "Iedereen heeft een specialiteit. Wie ergens anders heeft gewoond en veel heeft gedaan heeft natuurlijk meer kans om hier te werken dan iemand die minder heeft gedaan". Maar als jezelf profileren en ervaring opdoen en hebben het verschil uitmaakt, voegt een opleiding journalistiek dan nog wel iets toe? Daar is Rasing duidelijk over: "Behalve de ouderen heeft iedereen hier journalistiek gestudeerd. Dat is wel een must".

0 Comments:

Post a Comment

<< Home